EN1090: zijn we goed voorgelicht?

Rare vraag om een artikel mee te beginnen. Toch blijkt dit in de praktijk helemaal niet zo’n rare vraag te zijn. Afgelopen week kreeg ik nog weer eens een discussie met een machinebouwer over de EN1090 en het toepassen van deze normen. Dus de vraag in de titel gaat over het feit of machinebouwers ten aanzien van de EN1090 wel goed voorgelicht zijn door eventuele deskundigen of brancheorganisaties.

Toen de EN1090 een aantal jaren geleden bekend werd, kregen veel machinebouwers, en dus ook robotintegrators, van alle kanten te horen dat machineondersteuningen en bordesconstructies van een machine of robotinstallatie moesten voldoen aan de EN1090. Vaak wordt er dan bij verteld dat ze in het kader van deze norm de lassers en het bedrijf moesten laten certificeren. Zelfs anno 2017 zijn er nog steeds adviseurs in de markt die dit bedrijven opleggen. Hier durf ik te stellen dat het gaat om onjuiste voorlichting.

De EN1090 is zeker een norm die betrekking heeft op staal- en aluminiumconstructies. Het is een norm die een heel kwaliteits- en certificeringssysteem van de lassers en het bedrijf eist. Tot zover klopt dan de voorlichting. Maar als we over staal- en aluminiumconstructies spreken, waar hebben we het dan over? Frames van machines of ondersteuningen van machinedelen? Of over totale gebouwconstructies? Toch wezenlijk verschillende delen. Maar veel belangrijker is met welke Europese productrichtlijn deze EN1090 gelinkt moet worden.

Als we er verder induiken dan komen we tot de ontdekking dat de EN1090 gelinkt wordt met de Bouwproductenrichtlijn en dan ook nog in het bijzonder met staal- en aluminiumconstructies die in een gebouw een dragende functie hebben. Misschien is de norm toch niet van toepassing op staal- en aluminiumconstructies voor machines? Verder onderzoek is dus vereist.

Van een internetpagina van een bekende instantie (NEN in samenwerking met TUV Nederland) staat de volgende tekst:

‘Vanaf 1 juli 2014 moeten alle onderdelen van een dragende staalconstructie voorzien zijn van CE-markering volgens NEN-EN 1090. Een bouwproduct mag namelijk niet meer in de handel worden gebracht zonder CE-markering als voor het product een geharmoniseerde Europese norm is gepubliceerd. Bent u actief in de productie van op de bouw gerichte staal- en aluminiumconstructies of bewerkt u dergelijke producten? Dan hebt u te maken met verplichting van certificatie van de norm NEN-EN 1090. Alle staal- en/of aluminium verwerkende bedrijven zijn verplicht om NEN-EN 1090 te certificeren. Maar de norm is ook van belang voor iedereen die met constructiedelen van staal of aluminium te maken heeft’.

Als je deze tekst leest dan denk je als machinebouwer: ‘Nu ben ik aan de beurt’! Want u maakt dan wel geen bouwproducten of op de bouw gerichte staal- en aluminiumconstructies, maar u heeft wel met constructiedelen van staal of aluminium te maken. Lekker. Dus toch!

Gelukkig gaat deze site, in tegenstelling tot andere sites, verder en hebben zij na deze angstaanjagende teksten op hun website een Quick Scan Tool om te bepalen of men er wel of niet mee te maken heeft.

De Quick Scan Tool geeft bij de eerste vraag direct al een goed inzicht dat veel deskundigen ten onrechte roepen dat een bordesconstructie of een trap moet voldoen aan de EN1090, dus dat men als bedrijf gecertificeerd moet zijn. De eerste vraag geeft namelijk direct al veel inzicht in het waarom niet. De eerste vraag is namelijk: ‘Maakt het onderdeel dat u fabriceert deel uit van een gebouw of civiele constructie’? Als men hier nee op antwoordt, dan wordt men direct naar de Machinerichtlijn 2006/42/EG geleid. Hier geeft men ook aan dat het bordes of de trap onderdeel is van de grote machine of installatie waarbij er een CE-markering in het kader van de Machinerichtlijn 2006/42/EG voor het geheel moet worden afgegeven. Tevens maakt men in de vervolgvragen duidelijk dat dan de normen voor bordessen en trappen, zoals wij die in het kader van de Machinerichtlijn kennen (de NEN-EN-ISO 14122 1 t/m 4), van toepassing zijn. Ook geeft men na het beantwoorden van de vragen, zoals hierboven, aan dat voor staal- en aluminiumconstructies van een machine de EN1090 niet van toepassing is. Duidelijkheid waar machinebouwers iets mee kunnen en ook op zitten te wachten.

Ook als we naar de EN1090 normen en de Bouwproductenrichtlijn kijken, blijkt dat sommigen in hun voorlichting vergeten zijn om te melden dat de EN1090 1 t/m 5 normen heel duidelijk gerelateerd worden aan de Europese Verordening nr. 305/2011. Deze verordening gaat over het in de handel brengen van bouwproducten. Deze verordening vervangt sinds 1 juli 2013 de Bouwproductenrichtlijn (Construction Products Directive 89/106/EEC). In deze Europese Verordening 305/2011 wordt in artikel 2 de definitie gegeven van bouwproducten waarop deze verordening van toepassing is:

Artikel 2 EU verordening 305/2011: bouwproduct: elk product of kit dat wordt vervaardigd en in de handel wordt gebracht om blijvend te worden verwerkt in bouwwerken of delen ervan, en waarvan de prestaties gevolgen hebben voor de prestaties van het bouwwerk met betrekking tot de fundamentele eisen voor bouwwerken.

Voorheen stond er in de Bouwproductenrichtlijn 89/106/EC in artikel 1:

  1. Deze richtlijn is van toepassing op voor de bouw bestemde producten, voor zover de fundamentele voorschriften voor bouwwerken overeenkomstig artikel 3, lid 1, daarmee in verband staan.
  2. In deze richtlijn wordt onder ‘voor de bouw bestemde producten’ verstaan producten die worden vervaardigd om blijvend deel uit te maken van bouwwerken, waaronder zowel gebouwen als kunstwerken zijn begrepen.

Voor de duidelijkheid: in de Europese Verordening 305/2011 wordt nog steeds gesproken over bouwwerken en bouwproducten. De fabrikant van een bouwproduct moet het product voorzien van een ‘CE-markering’ en een prestatieverklaring voor het product afgeven.

In de toelichting van de normenserie EN1090 wordt direct ook weer duidelijk dat het gaat over normen die betrekking hebben op bouwproducten:

Deze Europese norm schrijft de eisen voor de vaststelling van de conformiteit van prestatiekenmerken voor constructieve stalen en aluminium onderdelen voor, alsook voor bouwpakketten op de markt gebracht als bouwproducten. De vaststelling van de conformiteit omvat de fabricagekenmerken en, voor zover van toepassing, de kenmerken van het constructief ontwerp en de constructieve berekening. Deze Europese norm omvat ook de vaststelling van de conformiteit van stalen onderdelen gebruikt in staalbetonconstructies. De onderdelen kunnen direct zijn gebruikt in een bouwwerk of als constructieve onderdelen in de vorm van een bouwpakket. De Europese norm geldt voor constructieve onderdelen in serie en eenmalig gefabriceerde onderdelen inclusief bouwpakketten.

De normen en de Europese Verordening hebben dus duidelijk betrekking op bouwproducten, die blijvend worden verwerkt in bouwwerken of delen ervan, en waarvan de prestaties gevolgen hebben voor de prestaties van het bouwwerk met betrekking tot de fundamentele eisen voor bouwwerken. Meestal is hier dan ook sprake van zogenaamde dragende delen van gebouwen. Bij bouwwerken gaat het om bouwkundige en civieltechnische werken. Dus staal- of aluminiumconstructies van gebouwen zullen inderdaad onder de genoemde verordening en daarmee gerelateerde normen EN1090 vallen. Dit zijn constructiewerken die over het algemeen ook onder een bouwvergunning vallen.

Hier heeft men in de meeste gevallen bij machines en procesinstallaties niet mee te maken en kunnen de dragende delen van machineframes, machineondersteuningen, bordessen, trappen en ladders dan ook worden uitgesloten van deze EN1090 certificering.

Toch zijn er al veel machinebouwers die onder druk van de voorlichting hun EN1090 certificering voor elkaar hebben gemaakt. Is het erg dat men als bedrijf nu wel de certificering heeft in het kader van de EN1090 en deze dan ook toepast? Natuurlijk niet! Bij sommige klanten zou dit zelfs een commerciële toegevoegde waarde kunnen hebben. Wel werkt een certificeringssysteem natuurlijk kostenverhogend en zal men dat ook in de prijs van de machines terugvinden.

In dit artikel wil ik dus waarschuwen tegen deskundigen die, op grond van wat zij eens gehoord hebben, een bindend advies afgeven. Maar ook bedrijven wil ik waarschuwen tegen te snelle beslissingen om bepaalde regelgeving wel of niet toe te passen. Op een juiste manier omgaan met regelgeving vereist gedegen onderzoek. Vooral bij richtlijnen en verordeningen is het belangrijk om te kijken waarom iets wel of niet van toepassing is. Het niet van toepassing zijn van regelgeving kan veel werk besparen en dus veel voordeel opleveren. Altijd de moeite waard om onderzocht te worden.

Nu is het de vraag of bijvoorbeeld complete constructies die, bijvoorbeeld buiten, opgesteld worden om machines of een installatie te dragen wel gezien moeten worden als een bouwwerk. Mocht u hier aan twijfelen, kijk dan of voor de constructie in het kader van het Bouwbesluit een bouwvergunning verplicht is. Zo ja, dan moet de constructie wel gezien worden als een bouwwerk en is ook de EN1090 van toepassing.

Echter, om machineframes, machinebordessen met trappen en ladders te zien als bouwwerken gaat veel te ver. Deze zijn onderdeel van de machine of installatie en vallen daarom onder de Machinerichtlijn 2006/42/EG en de daarmee gerelateerde normen NEN-EN-ISO 14122 1 t/m 4.

Wel willen wij u er op wijzen dat er in verschillende Europese landen nog weleens geëist wordt dat men toch de ondersteuningen van machines ziet als een bouwwerk. Mocht u in andere landen leveren, verdiep u dan eerst wel in de manier waarop die landen met deze regelgeving omgaan.

Bert Stap

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *