Overheid geeft te veel uit handen

In het programma Nieuwsuur van 19 juni 2017 gaf Pieter van Vollenhoven een reactie op de verschrikkelijke brand in een flatgebouw in Londen van een paar dagen ervoor. Als hoofdoorzaken gaf hij aan dat er sprake is van een terugtredende overheid en een misplaatst vertrouwen in de branche. Hiermee bedoelde hij het vertrouwen, dat zij wel op een goede manier zouden instaan voor de veiligheid van een gebouw, c.q. de gebruikte materialen. Bij de brand bleek dat er gebruik gemaakt was van brandgevaarlijke materialen waardoor de brand een grote omvang kon krijgen.

Veel Europese regelgeving is gebaseerd op het principe van zelfregulering van bepaalde branches. In mijn artikelen en columns schrijf ik al jaren over het misplaatste vertrouwen in de fabrikanten betreffende machineveiligheid. En natuurlijk mag ik daarbij niet alle fabrikanten over één kam scheren. Maar zonder de welwillende machinebouwers te kort te doen, wil ik hier toch aangeven dat het percentage machinebouwers die maar wat doen veel te hoog ligt. Jammer dat er anno 2017 nog steeds sprake is van gebrek aan naleving van regelgeving die al ruim 22 jaar van kracht is. Maar hier moet ik weer een keer wijzen op het feit dat dit mogelijk is omdat men bij onze overheid steken heeft laten vallen op het gebied van controle en toezicht.

Stellen in het Arbeidsomstandighedenbesluit artikel 7.2. lid 2 dat een werkgever mag vermoeden dat, als een arbeidsmiddel (een machine is een arbeidsmiddel) voorzien is van een CE-markering en een EG-Verklaring van Overeenstemming de machine voldoet, is wel erg mager. Maar op grond van dit wetsartikel zou de werkgever er vanuit mogen gaan dat een nieuwe machine met een CE-markering en een EG-Verklaring van Overeenstemming voldoet aan de wetgeving qua veiligheid. Voor de werkgever geldt op grond van dit artikel dat hij, bij een nieuwe machine, alleen maar behoeft te controleren of er een CE-markering op de machine is aangebracht en er een EG-Verklaring van Overeenstemming is meegeleverd. In de praktijk zien we regelmatig dat de werkgever op basis hiervan een onterecht vertrouwen heeft en daarmee zelf geconfronteerd wordt met het probleem van een onveilige machine. Laat nu de Inspectie SZW in geval van een ongeval met een machine wel de werkgever aanspreken en eventueel beboeten en niet de fabrikant.

Oudere collega consultants weten dat we in de beginjaren negentig vanuit de Nederlandse Vereniging van CE Consultants (NVCE – de vereniging bestaat niet meer) diverse keren de overheid om meer controle en toezicht hebben gevraagd. Meestal resulteerde dat in allerlei toezeggingen maar werd er uiteindelijk niets concreet uitgevoerd. Later hebben we een paar keer meegemaakt dat er naar aanleiding van opeenvolgende ongevallen een bepaald type machine extra werd gecontroleerd. Maar van een regelmatige controle van machines die op de markt gebracht worden is nog nooit sprake geweest.

De laatste maanden zie ik steeds meer deskundigen die net zo als Pieter van Vollenhoven commentaar geven op de houding van de overheid. Steeds meer geluiden dat de overheid te ver van de werkelijkheid is komen te staan. Wonend in de omgeving van Barneveld zie ik nu ook de gevolgen van het ‘eier-gate’ schandaal waarbij de NVWA zich ook moet afvragen welke rol zij gespeeld heeft.

Op grond van mijn ervaring kan ik stellen dat als een werkgever het op deze ‘wettelijke’ manier aanpakt, hij bedrogen uit zal komen. Uiteindelijk met de gevolgen van een onveilige machine geconfronteerd wordt. Wel moeten we hier voor de goede orde vermelden dat, volgens de ARBO wetgeving, de werkgever natuurlijk altijd verantwoordelijk is voor het verstrekken van veilige arbeidsmiddelen. Dus ook voor veilige nieuwe machines. In het geval van een arbeidsongeval met een machine zal de Inspectie SZW altijd de werkgever aanspreken en eventueel beboeten. Van een controle door de Inspectie SZW of de machine goed en veilig geleverd is, is meestal geen sprake. De Inspectie SZW is een uitvoerende instantie van onze overheid en onze overheid heeft toch, zoals het zo mooi heet, een houding van terugtreden of terughoudendheid. Zij gaan toch volledig voor zelfregulering. Maar wanneer wordt er nu door hen ook eens ingezien dat controle altijd nodig zal zijn omdat, zoals Pieter van Vollenhoven terecht stelt, er gewoon sprake is van een misplaatst vertrouwen in de branches. Als er controle uitgevoerd zou gaan worden, al was het maar steekproefsgewijs, zou er al meer kans op verbetering van de naleving zijn. Koos Spee, voormalig verkeersofficier van justitie, pleit, naar aanleiding van berichten, dat minister Stef Blok werkt aan wetgeving waarbij verkeersdelicten zwaarder gestraft gaan worden, voor meer handhaving om de pakkans te vergroten. “Je kan de doodstraf zetten op te hard rijden, maar als je niet controleert en er wordt niemand gepakt, dan helpt het allemaal niks”, aldus Spee. Dit bevestigt nogmaals mijn stelling dat meer controle op het leveren van veilige machines wel resultaat zal opleveren.

Bijkomend voordeel zou zijn dat er dan direct ook sprake zal zijn van een eerlijkere concurrentie. Machinefabrikanten (ook robotintegrators) , die nu op een goede en eerlijke manier de wetgeving naleven en ernaar streven om een veilige machine te leveren, hebben meer kosten dan een collega die er zich met een ‘Jantje van Leiden’ van afmaakt. Een machine die op alle punten in overeenstemming (compliance) is met de van toepassing zijnde machineveiligheidswetgeving kost nu eenmaal meer dan een machine waarop alle veiligheidsvoorzieningen niet zijn aangebracht. Dit is geen hogere wiskunde en zal iedereen begrijpen. Toch zijn er veel werkgevers die vooral op basis van prijs een machine zullen kopen en vertrouwen dat de aangebrachte CE-markering garant staat voor de veilige machine. En eigenlijk zouden ze gelijk moeten hebben, want het Arbeidsomstandighedenbesluit (onze overheid) geeft toch aan dat dit voldoende is.

Maar ja, de praktijk zal weerbarstig zijn en waarschijnlijk blijven. Blijft er voor werkgevers volgens mij maar één mogelijkheid over: zelf controles uitvoeren. Hierbij lopen we dan wel tegen een ander aspect aan, waar ik ook al diverse keren over geschreven heb. Het gebrek aan kennis van de wetgeving bij de medewerkers van de kopende bedrijven. Zoals al in eerdere columns gesteld, ben ik van mening dat dit gebrek aan kennis eenvoudig op te lossen is. Zorg binnen uw organisatie voor voldoende kennis door training. Uw mensen behoeven geen specialisten op het gebied van machineveiligheid te worden, maar moeten wel voldoende kennis hebben om te kunnen beoordelen of een machine veilig is. Eventueel kunt u ook door een externe deskundige een veiligheidsafname van de machine laten uitvoeren. Diverse bedrijven maken al van deze mogelijkheid gebruik.

Blijft nog het probleem van de nalatige fabrikanten. Een deel van de lezers van dit blad is natuurlijk fabrikant of robotsysteemintegrator. Wat zouden zij nu moeten doen? Hier kan ik kort en duidelijk over zijn! Zorg ervoor dat uw robotinstallatie veiligheid technisch wel voldoet aan de eisen van de van toepassing zijnde Europese Richtlijnen en de geharmoniseerde Europese normen. Uiteindelijk zal u dat meer opleveren dan u denkt. Denk maar eens aan de claim die bij u neergelegd kan worden als, na een ongeval, door een deskundige geconstateerd wordt dat het uiteindelijk uw tekortkoming was waardoor het ongeval is ontstaan. Misschien leeft u in de veronderstelling dat u netjes alle regels naleeft en dat uw robotinstallaties correct geleverd worden. Maar is dat ook zo? Daarom nu mijn advies aan fabrikanten: ga eens na hoe het staat met de kennis van uw mensen van de regelgeving op het gebied van machineveiligheid. Misschien heeft u, als fabrikant, wel een misplaatst vertrouwen in uw medewerkers!

Bert Stap

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *