Klare taal voor biorobotics   

Je zou niet denken dat een zeer specialistisch, geavanceerd en futuristisch onderzoeksgebied als het bouwen van robots met levende materialen hulp nodig heeft met het aanbrengen van structuur. Toch is dit precies wat de departementen Mechanical Engineering en Biology van Case Western Reserve University (Cleveland, Ohio) proberen te doen.

“Dit is een zeer jong onderzoeksgebied: het letterlijk samenvoegen van de vakgebieden van weefselengineering met robotica. Momenteel is er geen consistent vocabulaire. Dan wordt het lastig dezelfde taal te spreken” , zegt Vicky Webster-Woord, de auteur van een nieuwe paper over het onderwerp in Sience Robotics, waarmee ze hoopt het vakgebied verder te brengen.

“Er zijn de laatste decennia heel wat ontwikkelingen geweest op het gebied van weefselengineering, de mogelijkheid om verschillende dingen van levend weefsel te maken”, aldus Webster-Wood. “En terwijl parallel de ontwikkelingen in robotica minstens zo hard gaan, hebben onderzoekers in beide vakgebieden een totaal ander woordenboek.” Volgens Webster-Wood is het heel belangrijk dat er overeenstemming komt over terminologie en taxonomie. Dat is de beste manier om het ontluikende vakgebied samen te brengen en samen aan de eerste echt functionele organische robot te kunnen werken.

Samen met vier andere auteurs doet ze een voorzet met het paper “Organismal engineering: Toward a robotic taxonomic key for devices using organic materials”

Biorobots op basis zeeslakken
Webster-Wood had een doorbraak in biorobotics in 2016 toen ze de wereld vertelde over haar kleine zwemmende hybride biorobots. Deze hybride biorobots waren opgebouwd uit spierweefsel van zeeslakken dat verbonden was met een 3D-geprint polymeer. Geplaatst in een suikerwater oplossing konden ze middels elektrische pulsen bestuurd worden. Ze waren klein en langzaam, maar leverde veel aandacht op van wetenschappers en media. Het zou een belangrijke eerste stap kunnen blijken in het combineren van levend materiaal met robotica, zowel op het gebied van actuatie als besturing. Bovendien daagde het Webster-Wood uiy om de ‘rommelige ruimte’ die de twee vakgebieden delen, eens goed tegen het licht te houden.

Nu, terwijl andere onderzoekers overal ter wereld nog betere biorobots nastreven, bieden zij en haar co-auteurs een organsatorische sleutel voor het beschrijven van organische robots, opgebouwd uit vier fundamentele robotvakgebieden: structure, actuators, sensors, controllers.

“Je moet over dit soort dingen overeenstemming hebben, want anders wordt het wiel tientallen keren opnieuw uitgevonden”, besluit Webster-Wood. “Zover wij weten is het de eerste keer dat er een artikel is gepubliceerd dat naar organische materialen voor al deze vier onderdelen kijkt en dus tot een compleet organische robot kan leiden. Misschien niet zo sensationeel als robotische zeeslakken, maar minstens zo belangrijk!”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *