2018 nu al het jaar van de cobot

Wie onlangs Automatica in München bezocht, kan er niet meer omheen: de cobotmarkt lijkt definitief opengebroken. Het aantal aanbieders stijgt exponentieel en ook de gebruikers lijken klaar met de snuffelfase. In groten getale bestellen zij de relatief jonge technologie om uiteenlopende productietaken flexibel te automatiseren. Het gevolg is dat Universal Robots – cobotfabrikant van het eerste uur – onlangs haar 25.000ste cobot verkocht.

In de eindejaarsspecial van Vision + Robotics 2017 voorspelde Stefaan Poppe, directeur van Gibas Automation en leverancier van Universal Robots, het al: 2018 wordt het jaar van de cobot. Alle signalen stonden wat hem betreft op groen. En nu, met een bezoek aan Europa’s grootste robotbeurs nog vers in het geheugen, weet hij het zeker. De cobotmarkt is volledig opengebroken. Cobots zijn er in alle soorten en maten en steeds meer nieuwe klanten melden zich, ook met grotere orders. “Ik moet eerlijk zeggen dat ik enigszins verbaasd was wat ik dit jaar op Automatica aantrof”, bekent Poppe. “Dat er heel wat cobots te vinden waren had ik wel verwacht. Maar zoveel echt nieuwe innovaties? Dat was andere jaren wel anders. Goed nieuws is het natuurlijk wel. Het grotere en betere aanbod zet de markt in beweging. En terwijl de cobot meer voet aan de grond krijgt, krijgen ook wij het drukker.”

Volwassener aanbod

Volgens Poppe is het ruimere aanbod er niet alleen voor wat betreft het aantal cobotleveranciers, dat ontegenzeggelijk flink is gegroeid. Ook maakt de cobot inmiddels deel uit van een heus ecosysteem met volop additionele technologie die speciaal voor cobots ontwikkeld is. Poppe: “Er zijn echt enorm veel meer aanbieders die een graantje van de cobotmarkt willen meepikken. Natuurlijk hebben inmiddels alle traditionele robotbouwers een cobot in het assortiment. Maar ook hele nieuwe spelers duiken op. Zo zag je op Automatica een aanzienlijk Aziatisch aanbod. Grote Chinese partijen als Siasun die Europa willen veroveren, maar ook het Zuid-Koreaanse Doosan dat in de cobotmarkt stapt. En dan toonde Automatica feitelijk alleen het topje van de ijsberg: er waren ook heel veel partijen niet. Daarnaast zijn er steeds meer aanbieders die speciale cobottools produceren en hier echte innovaties doorvoeren. Met tools bedoel ik tracks, vision, grijpers of andere onderdelen waarmee je je cobot helemaal op jouw toepassing kunt toespitsen. Om dit te faciliteren – ze focussen zich het liefst volledig op hun core business – heeft Universal Robots haar UR+ programma opgezet. Hierin ontwikkelen diverse partners producten die naadloos met UR-cobots te integreren zijn. Ook de groei van een dergelijk ecosysteem maakt, dat er steeds meer toepassingen in aanmerking komen om economisch met een cobot te automatiseren.”

Cobot is geen robot

Volgens Poppe is het niet alleen de aanbodzijde verantwoordelijk voor het feit dat 2018 het jaar van de cobot is. Ook aan de gebruikerskant heeft er een kentering plaatsgevonden. “Het snuiven aan de cobottechnologie is voorbij”, merkt hij op. “De cobot is de experimentele fase ontgroeid, gebruikers raken ermee bekend en zien hem als een flexibele automatiseringsoplossing om snel geld mee te verdienen.” Poppe benadrukt hierbij, dat de cobot geen robot is. Steeds meer gebruikers realiseren zich dit. Ze zien waar hij succesvol en met een snelle ROI kan worden ingezet. Gevolg is dat waar vroeger een incidentele cobot werd besteld voor een lokaal pilotproject, nu vanuit het hoofdkantoor in één klap grote bestellingen worden geplaatst voor alle regio’s.
Poppe: ”Steeds meer gebruikers snappen dat de cobot niet zomaar een veilige robot is. Ja, je kan hem zonder hekwerk aan het werk zetten, ook wanneer er mensen in de buurt zijn. Maar de echte winst zit hem in de snelle inzetbaarheid en de gebruikersvriendelijkheid waarmee dat gepaard gaat. Dus waar een robot een mooie oplossing is om bepaalde taken onophoudelijk met hoge precisie, snelheid of payload te automatiseren, gaat het bij de cobot vooral om de eenvoud en snelheid van installatie. In het geval van Universal Robots gaat dat onder andere omdat de besturing gewoon een PC is die met één druk op de knop met allerlei bedrijfssystemen, bijvoorbeeld ERP in verbinding staat. Er zijn dus geen hoge integratiekosten. En omdat ook het prijskaartje van de cobot beduidend lager is dan die van de gemiddelde robot, is de terugverdientijd enorm kort. Meestal minder dan een jaar.”

Succesvol tegen de stroom in

Het openbreken van de cobotmarkt heeft Universal Robots geen windeieren gelegd. Onlangs verkocht de Deense cobotbouwer haar 25.000ste exemplaar. En om dat te vieren komt er een gouden editie van de succesvolle UR-serie, waarvan er binnenkort een ook ergens in Nederland te werk zal worden gesteld. “Met de UR 3, 5 en 10 hebben we de afgelopen jaren enorm veel succes
gehad”, zegt Poppe. “Geen enkele andere cobotbouwer heeft zoveel exemplaren in het veld staan als Universal Robots. Desondanks zijn de Denen niet op hun lauweren gaan rusten maar kwamen ze afgelopen Autoatica met een hele nieuwe serie. En net als bij de introductie van de UR3 doen ze dat door heel goed naar de markt te luisteren om vervolgens tegen de stroom in te roeien.” Tegen de stroom in? Poppe legt uit dat toen de UR3 met een payload van 3 kg voor het eerst het licht zag, alle andere aanbieders juist richting zwaardere exemplaren met payloads van 15 kg bewogen. En juist nu de markt overspoeld lijkt te gaan worden met goedkopere cobots uit het oosten, zet Universal Robots in op high-end met een iets hoger prijskaartje: de UR e-series.

Vier keer meer rekenkracht

“Ze maken het ons wel moeilijk”, grapt Poppe als hij uitlegt wat deze verschuiving richting high-end precies inhoudt. “We hebben met de ‘oude’ UR cobots – deze zijn inmiddels van de derde generatie – echt een goed product in handen. Anders waren er nooit 25.000 van verkocht. Maar nu mogen we de concurrentie aangaan met onszelf. De nieuwe e-Series is namelijk nog gebruikersvriendelijker, sneller, flexibeler en veiliger. Hoe dat kan? Naast wat verbeteringen aan de hardware en een standaard geïntegreerde kracht- en momentsensor, is het vooral het feit dat hij dankzij een nieuwe cpu vier keer zo veel rekenkracht heeft, wat het verschil maakt. Het maakt de e-Series stabieler en nauwkeuriger, ook als er grote hoeveelheden data voor bijvoorbeeld 3D-vision verwerkt moeten worden. Ook beschikken de nieuwe cobots standaard over 17 gecertificeerde veiligheidsfuncties voor bijvoorbeeld programmeerbare stoptijden en -afstanden en is de grafische interface nog gebruikelijks vriendelijker. Je krijgt een URe cobot met nog minder kliks aan het werk.”

Nieuwe toepassingen

Natuurlijk is een snellere en preciezere robot mooi als je hem nodig hebt. Maar niet iedereen zit te wachten op een hoger prijskaartje. Dus waarom zouden klanten, gezien het succes van de vorige generatie kiezen voor de e-Series? Volgens Poppe is dat zoals altijd een kwestie van het maken van de juiste business case. En die hangt helemaal af van de toepassing. “We hebben highend automotive klanten die met het oog op groei per definitie gaan voor de hoogste specificaties. Maar ook komen er nieuwe toepassingen in beeld die van de extra rekenkracht profiteren. Denk aan het op forcefeedback aansturen van de cobot om bijvoorbeeld sneller te ontbramen of nauwkeuriger te monteren. Daar komt nog bij dat het prijsniveau van de UR3e, UR5e en UR10e maar 15 procent hoger ligt. Dus helemaal wanneer je rekening houdt met het cobot-ecosysteem – er hoeft bijvoorbeeld geen losse krachtsensor te worden aangeschaft omdat deze is geïntegreerd – dan zal de business case voor meer dan voldoende toepassingen uitslaan in het voordeel van de nieuwe e-Series. Ik heb dan ook goede hoop dat het slechts een kwestie van tijd is, voordat er ook 25.000 URe-cobots onverstoorbaar hun werk doen.”

Liam van Koert

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.