Compleet cobotplaatje

In de Galgenwaard dit keer geen FC Utrecht supporters, maar fans van cobots. Of in ieder geval aspirant fans die overwegen naar het cobotsupportersvak over te stappen. Deze haast 50-koppige groep wachtte een rijk palet aan cobotoverwegingen. Wat maakt een cobot een cobot? Hoe maak je hem veilig? En wat maakt hem succesvol?

Cobot1

Het aantreden van een nieuw tijdperk waar cobot en mens zij aan zij werken. De vierde ­industriële revolutie die vraagt om een nieuwe manier van werken en waarbij we het ‘dull, dangerous and dirty’ achter ons laten en het ‘high mix, low volume’ segment een steeds prominentere plek zal gaan opeisen. Zoals je van cobotbouwer van het eerste uur Universal Robots mag verwachten, wordt dit door vele onderzoeks­bureaus ondersteunde toekomstbeeld met verve neergezet. Want, zo laat ­Benelux manager Christian Janse ­weten, de Deense cobotbouwer is al zo’n 30.000 cobot­ervaringen rijker en weet inmiddels waar de voordelen te halen zijn. Natuurlijk komt al die ervaring samen in een nieuw onthuld exemplaar: de UR16e. De grote boodschap zit hem echter in een ander gegeven: het cobot­aandeel in de wereldwijde ­robotmarkt. Dat is ondanks die 30.000 nog steeds een paar procent. Vooral de grote bedrijven die seriematig produceren, profiteren van robotica. De cobot kan daar verandering in brengen en robotisering ook binnen het bereik van het mkb brengen.

Is een cobot een robot?

Dan neemt de dag met de komst van Bert Stap van IOVB Opleidingen, die overigens ook een knuppel voor het hoenderhok heeft meegenomen, even een semantische wending. In zijn voordracht over cobotveiligheid stelt hij dat er feitelijk geen geharmoniseerde norm voor cobots is. Ja er is de ISO/TS 15066, maar - zoals de naam al doet vermoeden - is dit slechts een technische ­specificatie. En hoewel er best nuttige informatie te vinden is - bijvoorbeeld hoe hard een cobot je in bepaalde omstandig­heden ‘mag slaan’ - heeft hij niet hetzelfde juridische gewicht als een geharmoniseerde norm die ­indien gevolgd ‘een vermoeden van overeenstemming’ met zich meebrengt. Gelukkig is er natuurlijk wel de robotnorm ISO 10218 (deel 1 en 2). En aangezien een cobot volgens Stap gewoon een robot is en daarmee aan dezelfde veiligheidseisen dient te voldoen, is deze gewoon van toepassing. Dat geldt natuurlijk helemaal voor de Machinerichtlijn en de risico­analyses die bij elke robotinstallatie of toepassing zal moeten worden gedaan. Lang verhaal kort: er zijn geen cobotshortcuts en in veel ­gevallen zijn mechanische afschermingen nog steeds van belang. Dat wil niet zeggen dat er in de toekomst geen alternatieven zullen komen. De stand der techniek raast voort en de regels hobbelen er achteraan.

Dat een cobot feitelijk gewoon een ­robot is, werd ook vermakelijk duidelijk in de voordracht van Stefaan Poppe. De directeur van Gibas Automation is cobotintegrator van het eerste uur en weet als geen ander welk type je het beste wanneer toepast. Wel neemt de cobot - overigens net als een delta- of scararobot - een eigen plek in het robotspeelveld in. Wat het beste past, is afhankelijk van vele factoren die bij elke robotinstallatie een rol spelen. Zo zijn er tal van productparameters als gewicht en volume, procesparameters als cyclustijd en herhaalnauwkeurigheid, speelt tooling een rol en maakt het nogal een verschil in wat voor ­omgeving de robot komt te werken en wat de onderliggende businesscase is. Poppe presenteerde een zeer uitgebreide lijst, waarbij de uitersten voor zich spraken, maar er ook grijze gebieden waren. Zo is een veelgehoord argument voor de cobot de flexibele inzetbaarheid: vandaag werkt hij hier, morgen daar. In de praktijk beperkt zich dit echter tot ‘vandaag belaadt hij de ene machine, morgen de andere’. Een en dezelfde cobot die compleet verschillende taken uitvoert, kom je in de praktijk zelden ­tegen.

Uitdagende praktijk

Uiteraard bood de cobotbijeenkomst ook vele praktijkinzichten. Zo deed ­Allard Wilke van ­Astro Controls uit de doeken hoe zij met hun modulaire Elfin cobot een toepassing realiseerden in de tuinbouw. De taak van deze cobot? Dozen uitvouwen. Zoals zo vaak bleek het geheim van de smid hem hier vooral in de tooling te zitten. Want hoe vouw je een doos met één hand? Een tweede ingenieus cobotvoorbeeld kwam van Leon Bemelmans van VinciTech. Hij bouwde voor Volkswagen een cobot­installatie die lijm op beugels aanbracht. Het bijzondere zat hem vooral in de gekozen cobot. Deze was opgebouwd uit het Robolink W programma van igus. In plaats van servomotoren in de gewrichten gebruiken deze modules pezen van de zeer sterke Dyneema kunststofvezel voor de krachtoverbrenging. Hiertoe moest wel een eigen regelsysteem worden ontwikkeld om de spankrachten op alle plekken op het juiste niveau te brengen. Grote voordeel was dat de reactiekrachten in het geval van botsing met de cobot minimaal zijn. Deze veert immers mee, zonder dat de gereedschapspositie aan de wandel ging. Hier maakte VinciTech overigens ook gebruik van vision.

Cobot2

Vision kwam ook aan bod in een voordracht van Anton Ackermans. Hij deed als engineer bij Valkwelding (VWCO) en Techman uit de doeken welke voordelen geïntegreerde vision voor ­cobots kan hebben.

Cobottoekomst

Tot slot werd er ook vooruitgeblikt. Dit enerzijds door Sylvester de Keijzer van Hahn Robshare. Zij werken met diverse uitzendbureau’s samen (onder andere Adecco en Olympus) om de cobot als uitzendkracht in te kunnen zetten. Moeten we hierbij denken aan scenario’s waarbij we morgen tot en met volgende week woensdag tien arbeidskrachten voor deze order nodig hebben? Nee, dat niet. Het Robshare verhaal hield meer het midden tussen een integratie en financieringsvoorstel, waarbij Robshare haar netwerk aanspreekt voor haalbaarheidsstudies, de feitelijke installatie en het opleiden van de operators. Dit alles in een tijdschaal van enkele weken.

Een bionisch toekomstplaatje werd ­geschetst door Bob van der Ree, hoofd creative engineering bij Festo. Ook hier maakte de robot ­gebruik van samentrekkende spieren, zij het op lucht.

Verder was de behendigheid van hun ‘concept tool’ de BionixSofthand indrukwekkend. De Bionic Cobot gaat overigens wel in productie en er gaan geruchten dat in de cobottoekomst van Festo de Nederlandse vestiging in Delft een belangrijke rol gaat spelen.

Liam van Koert