Transparantie over octrooien in technische standaarden broodnodig

Renault

Om nieuwe technieken als zelfrijdende auto’s, Internet of Things (IoT) en nieuwe generaties mobiele communicatie tot volle wasdom te laten komen is het belangrijk dat er veel sneller dan nu duidelijkheid komt over de vraag welke octrooien ‘een essentieel onderdeel’ van de benodigde technische standaarden zijn. In een nieuw rapport hebben onderzoekers onder leiding van hoogleraar Rudi Bekkers (TU/e) voor de Europese Commissie (EC) onderzocht of het mogelijk is om dit bijvoorbeeld door octrooibureaus snel en enigszins geautomatiseerd in kaart te laten brengen vóórdat er kostbare verwarring kan ontstaan over de vraag of een octrooihouder blokkerende macht heeft. De conclusie: ja, dat kan en het is erg belangrijk om snel duidelijkheid te scheppen in de octrooi-chaos, die dreigt nu ontluikende technische domeinen steeds meer onderling afhankelijke elementen met hun eigen standaarden bevatten.

‘Een octrooi in een technische standaard geeft de houder een ongebruikelijke machtspositie. Tijdens de ontwikkeling van mobiele standaarden hebben houders al voor meer dan 25.000 octrooifamilies aangegeven of ze mogelijk essentieel zijn, maar het aantal dat uiteindelijk werkelijk essentieel is ligt veel, veel lager, en momenteel weet niemand welke dat precies zijn. Dat staat adoptie van zo’n standaard in de weg, zorgt voor frictie en onnodige rechtszaken en kan op de langere termijn innovatie hinderen,’ zegt Bekkers. Tot nu toe speelde deze problematiek vooral in de mobiele telefonie, waar het aantal betrokken partijen beperkt was. Nu dreigt het in allerlei nieuwe technische velden met veel meer spelers uit de hand te lopen. Dit zijn juist velden waarin Europa een grote rol wil en kan spelen.

Daarom heeft de Europese Commissie twee jaar geleden het team van Bekkers opdracht gegeven om te onderzoeken of het mogelijk is om een systeem op te zetten, dat vaststelt welke octrooien essentieel onderdeel zijn van een standaard. ‘Deze vaststelling lijkt misschien een eenvoudige opgave waarbij je de tekst van de standaard en de tekst van een octrooi vergelijkt’, vertelt Bekkers, ‘maar dit is in de praktijk om verschillende redenen erg complex.’ Voor het onderzoek zijn 28 experts 176 dagen bezig geweest om 205 essentialiteits-beoordelingen uit te voeren. Zij bleken in 84% van de gevallen tot een kloppend oordeel te komen. Bekkers: ‘We beschouwen dat als een heel goed startpunt, en verwachten dat bij grootschalige invoering deze score verder omhoog gaat. We hadden hier ook expres moeilijke gevallen gekozen. Bovendien mocht er volgens onze strikte methodologie niet overlegd worden. Dat kan in de praktijk wel.’ Ook onderzocht de studie de institutionele haalbaarheid, waar onder meer het draagvlak van partijen een rol in speelt.

Het rapport formuleert geen blauwdruk voor een oplossing, maar heeft voor 9 scenario’s werkende systemen bedacht. Een veelbelovend idee is om octrooihouders op te roepen zelf aan te geven wat ze denken dat feitelijk essentieel is en daarbij ‘claim charts’ aan te leveren. ‘Dat creëert betrokkenheid en geeft zo’n partij een prikkel om zelf al een voorselectie te maken. Als een claim door een onafhankelijk orgaan als een octrooibureau vervolgens wordt goedgekeurd, heb je een goudgerand octrooi met een externe validiteitstest en sta je sterker in onderhandelingen. Tegelijkertijd voorkomt het dat partijen die standaarden implementeren, betalen voor octrooien die ze helemaal niet toepassen.’

Europees Commissaris voor Concurrentie Margrethe Vestager heeft inmiddels laten weten dat de Europese Commissie gaat onderzoeken hoe het een onafhankelijk systeem kan gaan opzetten om checks op onmisbaarheid van octrooien voor standaarden te doen. Bekkers is hoopvol: ‘Bij een Duits evenement in december, waar meer dan 200 partijen uit de sector aanwezig waren, bleek er brede steun voor te zijn. 82% was voor, 11% wist het niet en slechts 7% was tegen.’

Nu is het aan de Europese Commissie om samen met de industrie een systeem te gaan uitwerken. Daarbij zal de Commissie conflicterende belangen moeten gaan afwegen. Bekkers: ‘We hebben in Europa veel octrooihouders, maar ook veel fabrikanten, onder meer mkb, die een rol in IoT hopen te gaan spelen. Het lijkt ons sowieso een goed idee om de uiteindelijke uitvoering van deze taak bij neurale organen als octrooibureaus te beleggen. Dit soort inventarisaties zal je bovendien met enige regelmaat moeten herhalen want standaarden zijn moving targets. Op 5G zullen bijvoorbeeld nog allerlei uitbreidingen komen voordat 6G in beeld komt. Dat onderstreept alleen maar hoe belangrijk transparantie is.’