Internet of Things: en nu verder!

pixabay pete linford

Een netwerk van slimme en communicerende objecten. We maken gebruik van het internet om informatie te vinden, met elkaar te communiceren en met elkaar zaken te doen. Dat is wat we als persoon doen. Maar objecten kunnen ook gebruik maken van hetzelfde netwerk. Internet of Things (IoT) is het verzamelen én weer uitwisselen van waardevolle informatie verkregen uit de real world met gebruikmaking van de huidige digitale technologie.

De echte wereld

Apparaten die bij IoT thuishoren, zijn over het algemeen ontworpen om specifieke taken uit te voeren. Denk hier aan slimme verlichting, ledverlichting en smartphones. Met elkaar verbonden apparaten of apparaatjes die door middel van sensoren, hun zintuigen, met elkaar communiceren. Robots zullen moeten reageren op onverwachte omstandigheden die hun ontwerper mogelijk niet helemaal had voorzien. Kunstmatige intelligentie en machine learning helpen robots om met dergelijke situaties om te gaan. Zowel robots als IoT gebruiken sensoren, zintuigen als het ware, om hun omgeving te begrijpen en heel veel data analyseren. Op die manier weten ze hoe ze moeten reageren. IoT-apparaten reageren met vastgestelde opdrachten, robots reageren autonoom. Dat is het verschil.

Sensoren zijn de zintuigen

Meerdere sensoren bepalen het complexe gedrag van robots, hoe deze met bepaalde situaties omgaan. Door middel van deze 'zintuigen' leren de robots en kunnen zij uit een steeds groeiend aantal reacties kiezen om een probleem het hoofd te bieden. Ze kunnen zo zelf nieuwe reacties verzinnen op een bepaald probleem of probleem dat gelijkenissen vertoont met een probleem dat ze al kennen. Robots kunnen zelfstandig functioneren, zelfs zonder Wifi. Robots delen uitsluitend details van onverwachte situaties als ze deze tegenkomen. Net mensen. Hierdoor verfijnen de robots hun feedback.

Oefenen

Net zoals wij moeten oefenen om bijvoorbeeld gitaar te leren spelen, moeten robots ook oefenen door regelmatig te testen. Ontwikkelaars trainen (laten oefenen) en testen hun robots in een gedetailleerde simulatie die de realiteit benadert. De robots worden steeds slimmer en kunnen daardoor steeds makkelijker zelf beslissingen nemen. Het computernetwerk kan dat (nog) niet. Het is slechts een verbinding tussen een aantal computers waar we met z'n allen handig gebruik van kunnen maken. Zien we straks een robot achter de computer zitten?

Netwerken

Als we dan aan de robot vragen wat die daar aan het doen is, krijgen we vast en zeker als antwoord dat hij aan het oefenen is. Maar in feite is de robot aan het netwerken. Dus train je robot goed. Leer hem de goede dingen en geen verkeerde dingen. Laat hem veel oefenen. Hoe meer de robot oefent en traint en meemaakt, hoe meer hoe kan. Alles wat hij tegenkomt en leert verwerkt hij weer in nieuwe acties en reacties. Zo wordt een robot steeds slimmer en vaardiger.